Hanoi: de eerste dagen in een mierenhoop


Dit verhaal werd op vrijdag 30 december 2011 geschreven.

Het was woensdag 28 december 2011. Mijn eerste grote reis begon al vroeg. Om vijf uur stonden we al op Schiphol. Pa, ma, ronald en ik. Bakje koffie. Saucijzenbroodje. Bagage was al afgegeven en ingechecked had ik al. Na afscheid te hebben genomen kon ik door de douane. Dit geheel zonder probleem. Na nog een laatste keer zwaaien ging ik op weg naar de gate.

De vlucht naar Parijs ging snel. Maar toen kwam de ellende. Stond daar bij de douane zo’n overijverige douanebeambte. Zo eentje die denkt een topbaan te hebben. Ik heb daar een half uur voor die band gestaan. Iedereen die door dat poortje zou gaan, moest bijna alles uit zijn tas halen en in aparte bakken doen. Tot aan de telefoon oplader aan toe. “Waar gebruik je dit voor? En wat is dat?” Was ik dan eindelijk verlost van de overijverige douanebeamtbe, ging het alarm af. Nog nooit gehad. Komt er zo’n grijpgrage Fransman op me af. Moest ik me ook nog omdraaien, wat ik met tegenzin toch maar deed. Nadat de beste man niks verdachts bij mij had gevonden, kon ik m’ n vijf bakken met persoonlijke eigendommen weer tot mij nemen. Na wat rondgeslenterd te hebben en wat koffie gedronken te hebben, ging ik tien minuten voor boarden naar de gate. Nou, daar was het wel erg rustig! Bleken ze de gate gewijzigd te hebben. Dat ze dat even omroepen de volgende keer…

Na een lange vlucht kwam ik dan eindelijk aan in Hanoi. En na 11,5 uur vliegen is er een ding wat je in zo’n land niet wil: gedonder bij de douane. En dat om 6.00 uur in de Vietnamese ochtend! Wat nou het probleem was is me nog steeds niet duidelijk. Nadat die beambte mij een paar keer streng had aangekeken moest er zelfs een tweede bij komen. Weer een hoop getuur naar mijn persoontje en een hoop discussie in dat Vietnamese taaltje. Moest ik nog mijn vliegticket laten zien. Dat maakte hunnie niks wijzer. Vroeg die tweede beambte of ik een rijbewijs had. Die vraag kon ik met ja beantwoorden. Vroeg hij vervolgens of ‘ie dat mocht zien. Ik zei nee. “Why not?” Was vervolgens zijn strenge vraag. Ik eerlijk en oprecht: “What do you think? I’m not allowed to drive in Vietnam, so I don’t need it here.” Nou, na 45 minuten kreeg ik dan eindelijk mijn stempeltje. “There you go sir”, zei de beambte. Ik zei maar niks meer, snel doorlopen.

Gelukkig kwam deze keer wel m’n koffer van de band. En mijn chauffeur stond ook al te wachten. Op naar het hotel. Onderweg werd duidelijk dat ik terug zou gaan in de tijd. Wat een armoede en wat een chaos. Mijn chauffeur was tevens mijn contactpersoon in geval van problemen. Probleem was dat de beste man de Engelse taal niet machtig was. Ik kon maar geen problemen veroorzaken! Een gesprek zat er niet in, dus had ik alle tijd om het schouwspel op de weg gade te slaan. De snelweg wordt in Vietnam voor allerlei doeleinden gebruikt. Het doet zelfs dienst als markt. En iedereen mag er gebruik van maken. Naast het in Nederland gebruikelijke dus ook voetgangers en fietsers. En tuktuks. Deze drie mogen ook tegen het verkeer in. Dit om het makkelijk te maken.

Die tuktuks vervoeren werkelijk alles. Zo kwam er een boertje voorbij met zijn tuktuk. En in het bijbehorende karretje vervoerde hij een stier! Het zou best eens mogelijk geweest kunnen zijn dat het beest naar een andere wei moest ofzo. Maar dat boertje haalde ons dus in! En als je nodig moet en niet langer kan wachten? Dan is de vluchtstrook de ideale parkeerplaats. Nou ja vluchtstrook… Iedereen die harder kan rijden maar niet in kan halen mag er gebruik van maken.

Op een gegeven moment reden we Hanoi binnen. Nu was ik al bekend met Moskou en Beijing, maar dit is echt één grote mierenhoop. Iedereen doet maar wat en houd zich aan de enige verkeersregel die hier geldt: er zijn geen verkeersregels. Er zijn stoplichten, maar die worden genegeerd zodra het te druk wordt. Anders moet iedereen nog langer wachten. Vooral rond de spits. Die ik dus net vanavond ook heb meegemaakt. Oversteken bij zeebrapaden? Tsja, ze liggen er wel… Die witte strepen op het asvalt. Maar dat mag dus overal. Het gebeurt ook in Nederland, maar leg die strepen er dan niet. Inhalen mag waar en wanneer je wil. En het idee van een eigen weghelft gaat ook niet altijd op.

Terugkomend op die ene verkeersregel. Die betekend dus ook dat je op niemand wacht en dat je niet verplicht bent voorrang te verlenen. Dit maakt het verkeer hier levensgevaarlijk. Voor geen goud zou ik hier een auto huren. Of een (motor)fiets. Als voetganger ben je dan nog het meest veilig. Al kan je bij het oversteken zomaar aan je einde komen. Een auto of motor die denkt nog net even voorlangs te kunnen zal dat doen.

Op welke manier je ook deel uitmaakt van het verkeer, de sterkste overwint! Als voetganger wacht je niet totdat je over kunt steken. Nee, zonder aarzelen benut je dat ene moment en glip je overal tussendoor. Na de eerste stap zet je door. Je gaat niet terug! Aarzelen maakt het nog gevaarlijker. Behoedzaam zonder aarzelen. Doorlopen zonder haast. Dat is oversteken in vietnam. De voetganger kijkt en volgt zijn weg. De rest kijkt niet, maar volgt ook zijn weg. Wat dat betreft ben je als voetganger echt het beste af. Kan je tenminste nog kijken.

Nog even kort wat ik de eerste twee dagen gedaan heb. Donderdag stond ik om tien uur in de stad. Lokale tijd. Hier is het zes uur later dan in Nederland. Beetje rondgelopen en wat tempels bezocht. Eigenlijk gewoon wat sfeerimpressies opdoen. Om vier uur in de middag heb ik een bord spaghetti naar binnen gewerkt en om zes uur was ik terug in het hotel. Na het douchen zag ik dat de internetverbinding nog steeds verbroken was. Doodmoe ben ik toen maar gaan slapen. Na een uur of 36 op geweest te zijn, was ik helemaal uitgeteld!

De volgende ochtend werd ik pas om zeven uur wakker en had ik twaalf uur aan één stuk geslapen! Was ik weer helemaal fit. Die dag stond er een dagexcursie naar Tan Coc gepland. Ongeveer 2,5 uur buiten Hanoi. Met een klein groepje medereizigers ging ik die dag op pad. Een deel van de trip kon er gefietst worden. Als Nederlander kon ik dit natuurlijk niet afslaan en had er ook geen spijt van. We kwamen op plaatsen waar veel toeristen niet komen zie je het echte Vietnam. Gewoon arm.

Ik kom nu wel aan het eind van het eerste verhaal en ga zo nog even wat eten. Het is half negen in de avond dus dat is een mooie tijd. De volgende dag weer een nieuwe dag in de Vietnamese hoofdstad, en zou ik naar het complex van Ho Chi Min gaan kijken. En kijken hoe men in Vietnam nieuw jaar vieren!

Advertenties
Categorieën:Azië, Vietnam, Vietnam, Cambodja & Thailand 2012Tags: , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: