Ha Long Bay: vier dagen weg van de grote stad


Dit verhaal werd op 4 januari 2012 geschreven vanaf een Vietnamese tonk op de Zuid–Chinese zee. Ja, u leest het goed. Overigens moet ik zeggen dat het er winter was. Zo noemen de Vietnamezen het in ieder geval, met een temperatuur tussen de 15 en 20 graden. Ja, kunnen jullie wel de schouders ophalen. Ik heb het wel in de gaten! Maar deze jongen had dus nog geen zon gezien! En zo op zee is het best fris.

Enfin. Laat ik bij het begin beginnen. Oudejaarsdag. Wekkertje om 7 uur. Boterhammetje roosteren. Plakje ham erop. Of kaas. Glaasje gezond. Ontbijtje hoor! Te voet ging ik naar het mausoleum en bijbehorende gebouwen van Ho Chi Min. De avond ervoor vakkundig berekend hiervoor een minuutje of  35 voor nodig te hebben. Misschien 45. Nou, daar had ik me toch op verkeken. Na misschien het dubbele kwam ik er dan eindelijk aan. Wat was me dat een eind lopen. En daar stond me een rij van hier tot aan ehh, nou, Joost mag het weten.

Natasja had de vrijdag ervoor al gezegd dat de beveiliging er nogal streng zou zijn. Nou gelijk had ze. Het leek Parijs wel. En vlak voor het mausoleum nog een beveiliging. Fotocamera afgeven. Verplicht. Maar dan ook echt verplicht. Anders kom je het mausoleum niet in. Afgeven dan maar, er op vertrouwende dat ik dat ding terugkrijg. Vervolgens verplicht in een rij gaan staan. Twee aan twee. En respect tonen voor de grootste held van Vietnam. Loop je uit de rij, loop je te langzaam, dan krijg je dat snel te horen. Daar stond ik dan, recht voor het mausoleum. Waar mannen in witte uniformen met geweren marcheren. Met de minuut werd ik nerveuzer, want ja, wat te verwachten? We traden het mausoleum binnen. Handen overigens niet in de zakken, dat zou niet getuigen van respect.

Uiteindelijk kwam ik daar waarvoor ik gekomen was. Het lichaam van Ho Chi Min. Verplicht loop je er redelijk vlot langs, alsmaar kijkend naar Ho. Stoppen mag niet. Kan ook niet, want acht bewakers op het gangpad blijven je aansporen. En dan staan er nog vier rond zijn lichaam. Nu wil ik niet overkomen als een cultuurbarbaar, maar ik vind het een tikkeltje overdreven. Dat wat hier voor bewaker door het leven gaat, kan zich beter bezighouden met de chaos in de stad. Is mijn bescheiden mening. Vervolgens Ho’s huis, werkverblijf, paleis en museum bekeken. Werkelijk een mooi complex. Dat moet ik toegeven. De man had het goed voor elkaar, die luxe. De rest van de stad steekt er schril bij af.

Zondagochtend, nieuwjaarsdag. Om 8.00 uur werd ik al opgehaald bij het hotel. Dat was wel een beetje vroeg. Ik kreeg met nog een paar reisgenoten uit de Verenigde Staten een vier uur durende busrit voor de kiezen. Aangezien de bestemming slechts 165 kilometer van Hanoi verwijderd was, zult u begrijpen hoe slecht de wegen daar zijn, hoe chaotisch het verkeer en waarom het dus zolang ging duren. Waar bracht ons dat naartoe, vraagt u zich nu nieuwsgierig af. Wel, naar een van de mooiste plekken op deze ronde bol die ik tot nu toe heb mogen bewonderen.

De rit bracht ons in Ha Long. De stad zelf is overigens niet bijzonder. Maar de bijbehorende baai, de hoog boven het water uitstekende rotsten, de grotten: ik rol van de ene verbazing in de andere.  Het was genieten van dit natuurlijke wereld wonder. Of wij dan alleen maar op die drijvende wastobbe zaten, gapend naar al die rotsen en tussendoor roepend `ahh` en `ohh`? Welnee, hoe komen jullie toch op dat idee. Ik neem het jullie niet kwalijk hoor. Maar goed, we zijn nog een paar grotten in gegaan en hebben ons per kayak over de zee rondgeroeid. De eerste avond aan boord gegeten en geslapen.  Overigens lagen er in dit deel van de baai waar wij voor anker lagen nog een stuk of 100 tonks. En over de hele baai in totaal 600.

Toch oogt alles hier zo vredig en verlaten. Een welkome onderbreking met de drukte van Hanoi en haar acht miljoen inwoners. Maar ik kan me alvast voorbereiden op Ho Chi Minstad waar tien miljoen mensen wonen en de gekte nog inmenser is, aldus Allegra. De Amerikaanse doseerde daar de Engelse taal. Nu reisde ze in Vietnamwat rond met haar ouders en broer Alijah. Wederom een geslaagde dag!

De tweede dag voeren we naar Cat Ba, een eiland veborgen tussen de uit zee stekende rotsen. Naast de grijze lucht van zondag waren de rotsen nu ook nog eens in nevelen gehuld. Prachtig, hoe er steeds weer andere rotsen opdoemen. Er lijkt haast geen eind aan te komen. Je bent hier volledig afgezonderd van de grote wereld, en je hebt geen besef van tijd.  Op Cat Ba zijn de paar wegen die ze daar hebben nog slechter dan op het vaste land. En het nog net niet uit elkaar vallende busje had moeite met de steile hellingen. Een wonder dat het karretje onderweg naar het nationale park de strijd niet heeft gestaakt. In het park was het klauteren geblazen, door prachtige natuur, over rotsen en langs toch vrij diepe dalen. Uitglijden betekende dat je aan de voet van een andere heuvel zou eindigen.

Eenmaal boven stond er een enorme ijzeren uitkijktoren. Vanaf daarboven keek je zo door de houten vloer naar beneden. Ja, daar rilt u even van he, haha!  Maar toen weer omlaag. Nu kan ik, net als per fiets, vrij goed klimmen, mits in één tempo. Ik hou daarbij niet zo van tempowisselingen. Maar een sterke afdaler ben ik afsoluut niet! Met de staart tussen de benen zoek ik mijn weg omlaag. Maar goed, ook dit kwam weer tot een goed einde. Daarna richting het hotel, inchecken, lunch. Die bestaat in Vietnam veelal uit rijst, vis, groente, gebakken ei en pinda`s. Heerlijk!

Vervolgens terug naar de haven en per boot naar Monkey Island. Juist, we gingen er aapjes kijken! Beetje spelen met die leuke beesten. Of zij speelden met ons, daarover was ik niet geheel zeker. Ze springen en klimmen graag tegen je op en ze veroverden hier en daar zelfs een schoen of sandaal. Volgens mij deden ze dat in teamverband. Of in ieder geval iets wat ervoor door kan gaan. Een zo`n kleine gluiperd maakte mijn fles water buit en vloog ermee in een boom.

Dinsdag voeren we terug naar Ha Long, voor de reis terug naar Hanoi. Vooral m`n linker hiel doet behoorlijk pijn wanneer ik loop. Vandaag (woensdag) was het weer een hele dag lopen en zwoegen. Weer een dag buiten hanoi. Op het programma stond een bezoek aan de Perfume Pagoda. Hier komen stelletjes bidden als ze kinderen willen krijgen. In de grot waar de pagode staat is een rots om te bidden voor als je een jongen wil, en een rots als je een meisje wil. De pagode ligt nogal afgezonderd. Eerst een uur roeien en dan te voet of per kabelbaan verder. Dat roeien wordt overigens voor je gedaan, wel regende het de hele dag.

Advertenties
Categorieën:Azië, Vietnam, Vietnam, Cambodja & Thailand 2012Tags:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: