Een zonovergoten prachtig Phnom Penh


Dit verhaal is 24 januari 2012 geschreven.

Iedereen die naar Cambodja zou varen werd tussen 6.30 en 6.45 opgehaald. Maar ik had me voor het eerst deze reis verslapen en werd om 6.40 wakker. Aangezien ik de nacht moest gebruiken om alles op te laden wat maar op te laden viel, had ik dus nog wel wat in te pakken. Gelukkig stond ik in minuten beneden en had ik uitgechecked. Werden we per tuk tuk met bagage en al naar de haven gefietst. Zo begon om 7.30 de reis naar Cambodja. Verwachte aankomst zou zijn tussen 13.00 en 13.30.

Op de boot even de visumapplicatie invullen. Bij het eerste drijvende kantoortje moesten we allemaal van boord om de applicatie in te leveren. Ongeveer 45 minuten later was iedereen voorzien van zijn of haar visum en konden we weer terug naar de boot. Ik denk één kikometer verder stopten we bij het tweede kantoortje. Inmiddels op Cambodjaans grondgebied! Want het visum moest nog worden voorzien van een stempel. Uiteindelijk kreeg ik er een stuk of zes! Nou goed, inmiddels was het 9.30 uur en hadden we nog een aardig eind te varen naar Phnom Penh. Er was onderweg niet veel meer te zien dan water en het groen aan de oever.

Inmiddels was ik in Cambodja! Het land waar ik zoveel mooie verhalen over heb gehoord. In de reisgids viel te lezen dat het land tot één van de armste ter wereld behoort. De bevolking moet het doen met zo’n vierhonderd a vijfhonderd Dollar per jaar. Dat verdienen ze in Vietnam nog in een maand en dat was soms al schrikken. De veertien miljoen Cambodjanen leven in een land dat ongeveer 2,5 keer zo groot is als Nederland en België samen. De gemiddelde levensverwachting is 57 jaar. Zo heeft iedereen in vogelvlucht een klein beeld van Cambodja.

De speedboot arriveerde om 12.00 uur in een zonovergoten Phnom Penh. Wat een mooie paleizen! Al die kleuren! Nog geen voet aan wal gezet, en indrukwekkend was het nu al. Eerst bagage droppen in het hotel, en toen snel de stad in. Even een tuk tuk laten stoppen en mezelf tot 19.00 uur langs alle hoogtepunten laten rijden. De beste man twintig Dollar gegeven. Hij heeft het harder nodig dan ik. Zij moeten het hier dus doen met 400 dollar in een jaar. Maurice en ik haalden zonder aarzelen even 300 Dollar uit de muur.

En waar geef ik dat aan uit? Entreegelden, eten en drinken. Ongemerkt gaat het allemaal vrij rap. Iedere keer als mijn flesje water leeg is, kan ik overal op straat een nieuw koud flesje water kopen. Je moet hier in deze warmte blijven drinken. Het kost veel energie! En zo verdienen de locals er ook nog wat aan. Voor de rest wat fooien. Die tuk tuk rijder gaf ik achteraf gezien een fooi van acht dollar. Maar hij verdiende het. De man sprak vrij aardig Engels, en hij stopte hier en daar om wat uit te leggen. Terwijl ik daar niet om had gevraagd. Zijn gezicht toen ik hem het geld gaf! Wat was die man blij! Oprecht blij. Prachtig vind ik dat.

Eerste stop was bij Wat Phnom. Een Boeddhistisch klooster op de top van een 27 meter hoge heuvel. Aan deze heuvel dankt de stad overigens haar naam. Het ziet er blauw van de wierook. De kappellen mag je binnen gaan, maar eerst de schoenen uit. Nadat ik hier mijn rondje had gedaan, ging ik terug naar de plaats waar de tuk tuk rijder nog steeds stond.  De volgende halte was het prachtige koninklijk paleis en de zilveren pagode. Ook hier kijk je weer je ogen uit. Het paleis is gebouwd in traditionele Khmer-stijl, met veel religieuze symboliek. Er liepen gelukkig zoveel gidsen, dat ik hier en daar wel even wat mee kon luisteren! De muren zijn vaalgeel en wit geschilderd, de kleuren van het Boeddhisme en Hindoeisme. Ondanks dat een korte broek verboden is, liepen er net als mij veel meer toeristen in korte broek.  Het koninklijk paleis ligt op een prachtige locatie. Aan een grote boulevard aan de Mekong. Tijdens mijn verdere rondje door de stad waren nog een heleboel mooie gebouwen te zien. Rond 17.30 werd ik weer op de boulevard voor het paleis afgezet. Hier zijn ook de meeste restaurants gevestigd.

De volgende dag stond er weer een halve dagtour op het programma. Eerst naar het Toul Sleng museum. Dit genocide museum was tussen 1975 en 1979 een gevangenis en verhoor– en martelcentrum waar de Rode Khmer al haar vijanden opsloot tot de dood er op volgde. Zeker 15.000 mensen vonden hier de dood. Artsen, leraren, officieren en ambtenaren. Ze werden allemaal net zo lang onderhanden genomen tot de Rode Khmer de informatie had die ze wilden, of tot de dood. Ook kinderen en baby’s kwamen hier. Mensen werden opgesloten in hele kleine cellen, of gewoon vastgekend aan de vloer. Zelfs aan elkaar. Praten onderling was streng verboden. Benen strekken mocht alleen op aanvraag. Om te voorkomen dat gevangenen zelfmoord wilden plegen, waren alle balkons en ramen voorzien van prikkeldraad en waren de gevangenen vastgeketend. Bloedspetters zijn in de gevangenis nog zichtbaar op de vloer, als resultaat van de martelingen. Zeer heftig allemaal.

Daarna een bezoek aan een andere beruchte plek: Choeung Ek. Hier liggen de Killjng Fields, waar gevangenen uit de Toul Sleng gevangenis naartoe gebracht en geëxecuteerd werden. Vrachtwagens tegelijk. Massamoord. Eén voor één moesten de gevangen knielen, en werden ze met een bamboestok tegen het achter hoofd geslagen. Dit om kogels te besparen. Om zeker te weten dat het slachtoffer dood was, sneed de Rode Khmer ook nog de keel door. Mannen, vrouwen en kinderen die in de ogen van de Rode Khmer landverraad hadden gepleegd. De kleinste kinderen en baby’s werden bij de benen gepakt, en tegen een boom dood geslagen. Afdrukken zijn op een van deze bomen nog te zien. Op het hele gebied loop je over kledingresten en botten van slachtoffers.

Het is bizar dat wij hier eigenenlijk niets van weten. Ik ook niet. We hebben allemaal wel eens van de Rode Khmer gehoord (hoop ik), maar we weten nauwelijks wat deze tijd betekende. Nogmaals, ik ook niet. Tot vandaag. Op school krijg je bij geschiedenis lange saaie lessen over Nederland anno 1200. Mij boeide dat werkelijk helemaal niets. Daar zitten we toch niet op te wachten? Als ik persoonlijk daarover al iets zou willen weten, ga ik wel naar een museum. En dat terwijl de periode van de Rode Khmer net zo verschrikkelijk is als iedere oorlog. Wat ik hier vermeld, is maar het topje van de berg. De introductie van de gids die alles uitvoerig vertelde. Eigenlijk hoort dit ook thuis in de lessen geschiedenis.

De volgende dag was mijn laatste dag in Phnom Penh. Het is een leuke levendige stad. En alles gaat hier lekker op het gemak. Haast kennen ze hier niet. Donderdag vertrek ik per boot naar de machtige Tempels van Ankor! Ik ben wel een tempel en ruïne freak, en de verwachtingen voor mijn bezoek aan Ankor Wat zijn erg hoog!

Advertenties
Categorieën:Azië, Cambodja, Vietnam, Cambodja & Thailand 2012Tags: , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: