Kanchanaburi en Ayutthaya: steden vol historie


Dit verhaal is geschreven op 7 februari 2012.

Met het vetrek uit Bangkok begon op donderdag al meteen de volgende tour. De ochtend was gevuld met een rit naar Meaklong. In dit dorpje bezochten we een markt. Leuk, zal u denken, dat is toch al de zoveelste. Klopt, het grappige van deze markt is echter dat het op de spoorrails wordt gehouden. Nou ja, de rails is het pad. Overdekt. Tot tegen de rails staan allerlei tafeltjes op wieltjes. Ook liggen groenten en fruit gewoon op een kleed, nagenoeg tegen de rails. Totdat de trein komt, die laat weten eraan te komen. Razendsnel worden dan de tafeltjes naar achter gereden, werd de oeverkapping teruggekapt en moest iedereen ergens naar binnen. Zo was er net genoeg ruimte voor de langzaam passerende trein. Ik had een goed plaatsje verworven om een en ander te kunnen filmen.

Daarna vervolgden wij de reis naar Kanchanaburi. Hier bezochten we de brug over de rivier Khwae Yai. Deze brug werd gebouwd door geallieerde krijgsgevangen en Aziatische dwangarbeiders. De eerste brug was van hout. De tweede, in 1943 gebouwd van ijzer, werd in 1944 gebombardeerd door de Amerikanen. In 1945 werd de brug buiten bedrijf gesteld. Deze brug maakte onderdeel uit van de 414 kilometer lange Birmaspoorweg. Een Japans project naar aanleiding van de blokkade van de zeeroute door de geallieerden. Wat je eigenlijk overal al kon lezen was nu echt te zien. Het moet buitengewoon moeilijk en zwaar zijn geweest om deze brug en spoorweg te bouwen. De bouw van de spoorweg heeft voor velen een zware tol geeist. De zeker 360.000 dwangarbeiders en gevangenen werden gedwongen tot een 18 uren durende ploegendienst. De Japanners behandelden de gevangenen als mensen zonder rechten.

Velen hebben het leven gelaten. Door uitputting, uitdroging, mishandeling en allerlei ziektes zoals cholera en malaria. In Kanchanaburi liggen twee begraafplaatsen en er is een oorlogsmuseum. Het is goed dat dit museum bestaat. Een Nederlander heeft vlak voor de Japanse overgave veel informatie kunnen redden, waardoor dit museum mogelijk werd. En dat is maar goed ook. Na de treinrit ging de reis naar het Hintok tentenkamp. Inderdaad. Voor deze jongen twee nachtjes geen hotel of hostel, maar lekker in een tentje. Hier waren werkelijk maar zo’n tien toeristen, dus kon ik weer even bijkomen. Nou ja, tijdens de avonden dan. Overdag is het gewoon rond de 35 graden. En volgens de gids op vrijdag in combinatie met een luchtvochtigheid van 75%. Nou, dat sloopt je wel gedurende de dag. Al schijnt dit percentage nog mee te vallen. Gelukkig is het hier omstreeks februari winter!

De volgende ochtend gingen we naar de watervallen van Erawan. Deze waterval bestaat uit zeven verdiepingen. Midden in de jungle. Het was soms pittig klimmen naar de top, de zevende verdieping. Maar het was de moeite waard, al wemelde het van de niet–stekende bijen. Het tentenkamp oogde een beetje verlaten. Ik denk dat er slechts zes van de dertig tenten bezet waren. Na het avondeten, rond een uur of half negen, viel er helemaal niks meer te beleven. Donderdagavond lekker op tijd gaan slapen. Vrijdagavond afgesloten met de 35-jarige tourgids Pankwang. Zij wist ons groepje de afgelopen drie dagen veel te vertellen over Kanchanaburi en omgeving. Kregen we nog gezelschap van een gitaarspelende en zingende Thai. Dus werd het alsnog een gezellige avond.

Zaterdagochtend vertrok ik naar Ayutthaya. Vier uur rijden met de minibus. Mijn reisgids was heel boeiend over Ayutthaya en haar tempels, dus ik was benieuwd. De middag een beetje rondgelopen tussen de ruïnes. Zondagochtend uitgeslapen en met de Duitser Tyl wat vakantieverhalen uitgewisseld. Hij heeft in de loop van zijn reis zijn ouders opgepikt en neemt ze mee door heel Thailand! Nu reist Tyl ook alleen met uitzondering van Thailand, maar ook hij is eigenlijk nooit alleen.

Het leven is heerlijk hier, daar waren we het snel over eens. En rondreizen in Azië is zo ontzettend makkelijk. Ik realiseerde me al dat ik iets teveel had vastgelegd vanuit Nederland. Soms ben ik ergens te lang, soms te kort. En die geboekte terugvlucht zit ook wel een beetje dwars. Want ook al heb ik in Nederland weer genoeg te doen, ik kom er steeds meer achter dat ik nog niet per se terug hoef. Myanmar schijnt waanzinnig te zijn! Nog wel. Van velen heb ik al gehoord dat je nu nog het echte Myanmar ziet, maar over vijf jaar al niet meer. Het land schijnt toeristisch enorm in de stijgers te staan. Maar goed, deze trip is in lengte al super. En ik prijs me gelukkig dat ik dit heb kunnen ondernemen. En natuurlijk, na 58 dagen zal ik vast wel blij zijn weer terug te keren naar ons kleine, koude kikkerlandje.

Zonderdagmiddag had ik een tempeltour per tuktuk. Op die manier ook iets meer van de stad kunnen zien. Ook nu weer een heleboel boeddha’s. Een daarvan heb ik door middel van wierook en bloemen geluk gewenst! Tussen de tempels door heb ik een ritje per olifant gemaakt. Super! Schommelt wel flink, maar de olifanten vinden het zichtbaar geweldig om toeristen rond te touren. Maar als ik dan onderweg zie hoe ze per vier in een vrachtwagen worden gepropt… Dat vind ik echt schandalig! Dat kan je ten opzichte van deze trotse dieren toch niet maken?! Per drie reizen ze allen comfortabel naar hun verblijf buiten de stad. Maar ook hier moet het weer snel en goedkoop. Dat is natuurlijk de eerste gedachte. Na wat langer nadenken, kan ik ook zeggen van ‘goh, op die manier is er geen ruimte om te bewegen en kunnen er ook geen ongelukken gebeuren’. Als ze verder maar goed verzorgd worden, dat is het belangrijkste.

De avond afgesloten op het terras van het resort. Kwam Tyl op een gegeven moment ook terug uit stad. Hij vond daar in de avonduren ook niet veel te beleven. Groot deel van het gesprek ging weer over reiservaringen. En over het feit dat wij die Thaise meiden allemaal te jong inschatten. Ze blijken allemaal ouder dan wij denken! Zo werkt er een meisje van 23 (Bo) gemiddeld zeventien uur per dag. De overige 7 uur slaapt ze. Onze eerste indruk was een jaar of 18! Niet dat we dat tegen haar zeiden overigens. Bo sprak ook weer goed engels, en altijd maar lachen! Ik had haar zaterdag mee gevraagd voor de tuktuk tour van zondag. Omdat ze zo ontzettend veel moet werken en nauwelijks tijd voor haarzelf heeft. Nou, dat vond ze heel leuk en ze zou een paar uurtjes vrij krijgen.

Helaas werd zondag een collega van Bo ziek. Die was er zichtbaar beroerd aan toe. Dus kon Bo niet mee! Uiteindelijk was ze tegen twaalf uur in de avond klaar met werken. Bedtijd, want maandag was er weer een zeventien uur durende werkdag. Heb haar niet zoveel meer gesproken, ze was zo druk in de weer! Maandag ging ik met de trein naar Pak Chong. Daar stond een trekking van 1,5 dag door het nationale park Khao Yai op het programma. Onderweg veel mooie natuur. En midden tussen de akkers een grote gouden Boeddha. Op het eindstation werd ik opgewacht door iemand van het resort, waar ik om twaalf uur arriveerde. Even gegeten en een middagdutje gedaan. De resorts hier zijn er alleen maar voor excursies in het nationale park. Daar ging ik dus vandaag naartoe.

Eind van de maandagmiddag was er een halve dag excursie. Eerst weer een tempel, wat nou niet direct hoefde. Al zoveel gezien. Zijn er alleen maar voor de lokale bevolking om offers te brengen. Voedsel, wat ze soms al zo weinig hebben. Of bloemen en wierook, waar men ook voor moet betalen. Want ja, die tempel moet om de zoveel jaar natuurlijk worden voorzien van een nieuw laagje bladgoud! Dat gaat de landelijke schatkist echt niet betalen! Dat ze dat geld eens voor nuttigere dingen gebruiken, is mijn bescheiden mening. Daarna gingen we naar een grot met daarin….een Boeddha. Ik wordt zo ondertussen een beetje moe van Boeddha. Iets verder in de grot een smalle doorgang naar de woning der vleermuizen! Met mij overigens nog twee Nederlanders van rond de zestig. Stond ik dan, met boven mij een paar honderd hangende vleermuizen. Mooi hoor!

Het zou nog mooier worden. Wat zeg ik, fascinerender! Rond de klok van 18 uur stonden we voor een berg. Deze berg heeft enkele in– en uitgangen. Nee, niet voor mensen. Voor vleermuizen. Die leven hier in een waarschijnlijk enorme grot. En ze zijn niet net als in de grot ervoor met een paar honderd. Ze zijn met miljoenen! Ik gok dat dat aantal miljoenen niet op twee handen te tellen zijn. Overigens ben ik in tien minuten tijd voor deze berg helemaal overhoop gestoken! Vooral m’n benen. Waarvan m’n rechterbeen helemaal rood zag van de bulten! Ondanks m’n flesje deet!
We stonden daar dus op een weg te wachten op het moment van uitvliegen. Boven de berg hing een vijftal valken. Bijna stil in de lucht. Zo rond de ondergang van de zon zou het hele vleermuizen gezelschap uit eten gaan. Voor de valken staat er dus iedere avond vleermuis op het menu. Het was een half uur wachten, maar toen voltrok zich een werkelijk prachtig schouwspel.
Daar kwamen ze dan. Aan die enorme sliert (kilometers lang!) kwam maar geen eind. En het enige hoorbare was het geklapper van de vleugeltjes. Kippenvel! Een prachtig oranje gekleurd doek, met daarop miljoenen diertjes. Als groep vliegen ze uit, de ondergaande zon tegemoet. Eén voor één zullen ze voor de opkomende zon weer huiswaarts keren.

P1130775

Vandaag (dinsdag) een trekking door het nationale park. Een zonnende krokodil gezien, een tucan, een varaan en nog wat dieren in deze categorie. Ook enkele zeldzame exemplaren in de categorie spinnen. Het grootste deel van de tocht bleven we op de weg en ben je afhankelijk van de dieren. Wie durfd zich te laten zien? In een groot deel van het park mag een gids niet met toeristen van de weg gaan, dieper het woud in. Veel te gevaarlijk! Na vandaag heb ik dat wel gemerkt! Toch moet je naar de rivier afdalen, en deze volgen om de krokodil te zien. ‘Be aware of crocodile. Do not swim!’ Staat er langs de rivier regelmatig vermeld. Voor de heer van het woud moesten we wat meer geduld hebben. De heerser. De baas. Vlak na het zien van de krokodil, toen de tocht verder ging langs de rivier, ging ineens de telefoon van de werkelijk uitstekende gids. Dit was nou een gids zoals je een gids verwacht. Een met een schat aan kennis. Niet alleen maar vertellen wat er in het boekje staat. Maar ook een met humor. Dat sommige andere gidsen bij mijn gids kwamen vragen wat voor dier dat nou was, zegt opzich genoeg. Aan de andere kant van de verbinding werd gezegd dat de olifant zich zou laten zien. Slechts een glimp hebben we uiteindelijk weten op te vangen.

Advertenties
Categorieën:Azië, Thailand, Vietnam, Cambodja & Thailand 2012Tags: ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: