Jaisalmer: Hondenbeet bederft kameelsafari niet


Ik bevind me deze drie en een halve week in de staat Rajasthan. Het is India’s populairste toeristengebied en barst van de paleizen en forten. Zeven steden heb ik uitgekozen om er een en ander te bekijken. Nu: Jaisalmer.

Jaisalmer bestaat al sinds het jaar 1156, en ligt ver afgelegen van de bewoonde wereld, middenin de Thar-woestijn. Ooit een welvarende stad gezien de handelsroutes naar Perzie, Arabie, Egypte en Europa.

Dertien uur

Aangekomen op het station in Jaipur was er nog niks aan de hand, maar een half uur voor vertrek was er ineens een uur vertraging. Ik verwerk het allemaal maar met een glimliach. Het was op voorhand al een gebruikelijk fenomeen in India. Treinen rijden nooit op tijd. Zo, dus, daar ging mijn trein dan eindelijk om iets over twaalf. De Ranikhet Express van Jaipur naar Jaisalmer was niet erg vol. Op sommige stukken van het traject zat ik zelfs alleen in de wagon. Kurkdroge landschappen kwamen voorbij en veel stations deden we aan.

In de trein naar Jaisalmer.

In de trein naar Jaisalmer.

Terwijl we halt hielden snuffelden koeien nieuwsgierig bij het raam. Rond de klok van zes uur ’s avonds werd het ietsje drukker en werd het donker. Tijd om de luiken en ramen te sluiten, want hoe verder we de Thar-woestijn in trokken, hoe kouder het werd. In de loop van de avond kwamen er zes voor advocaat studerende Indiase meiden de wagon in en de vriend van een van hen. Ze waren onderweg van Jodhpur voor een weekendje Jaisalmer. Uiteindelijk heb ik met Pooja en Divja een uurtje of drie zitten praten en was het buitengewoon gezellig.

Aangevallen

Om half twee ’s nachts kwam de trein dan eindelijk aan in de oude woestijnstad Jaisalmer. Inmiddels had ik een hele ruime dertien uur in de trein gezeten en verlangde ik al naar mijn bed. Uiteindelijk had mijn trein 2,5 uur vertraging.

Na het hele gezelschap gedag te hebben gezegd ging ik richting het hostel, waar ik met de riksja om twee uur aankwam. Nou ja, op het plein er niet ver vandaan dan. De riksjarijder wilde niet het straatje in. Ik moest eerst een korte steeg in en de weg erachter leidde naar mijn verblijf.

Eenmaal uit het steegje gelopen doemde er staand op een hogere stoep een grommende hond op. Zijn tanden verlangden al naar een stukje vlees. Uit het steegje gekomen keken we mekaar al gelijk aan. De hond stond ook al als zodanig mijn kant op kijkend. Er was geen weg meer terug.

Hier rechts stond de hond. Achter de bedekte auto mijn hostel.

Hier rechts stond de hond. Achter de bedekte auto mijn hostel.

Alles was dicht en er was niemand op straat. Ik moest er toch voorbij. Kennelijk eenmaal op zijn territorium belandt kwam hij luidt blaffend het trappetje af en achter mij aan. Al snel werd de boze viervoeter vergezeld door een soortgenoot, wat mijn situatie behoorlijk uitzichtloos maakte.

Terwwijl ik probeerde door te lopen en het hostel nog steeds niet zag, zette de eerste hond de aanval in en plaatste zijn tanden in mijn rechterbeen, vijf centimeter boven de schoen. Geschrokken draaide ik me om en stonden we tegenover elkaar. Dat was niet de bedoeling. Snel draaide ik me maar weer om en liep verder.

Slechts dertig meter verder zag ik ineens een bord met de naam van het hostel. De honden bonden na die beet gelukkig in, en volledig van slag stapte ik het hostel binnen. Nog nooit heb ik me zo aangevallen en bedreigd gevoeld. Het was angstaanjagend. En buiten deze twee honden hoorde ik er nog meer in de omgeving. Ik was al opgelucht dat er vanaf de andere kant geen blaffende exemplaren verschenen.

Ziekenhuis

En zo kwam ik dan eindelijk aan in het hostel. Daar waren de twee aanwezigen in slaap gevallen. Ze hadden op me gewacht, en zelfs op het station. Maar gezien de eindeloze vertraging waren ze maar terug gegaan. Dus ik moest ze eerst even wakker maken. Vervolgens liet ik zien en vertelde ik wat er gebeurd was.

Eerst moest het papierwerk geregeld worden, wat allemaal ontzettend lang leek te duren. Beiden hadden geen auto, dus doken we de straat op en vonden iets verder op een hosteleigenaar die mij wel even naar het ziekenhuis wilde rijden. Nog steeds overal geblaf, ik voelde me totaal niet op mijn gemak.

In het goede ziekenhuis aangekomen lag ook iedereen te snurken. Eerst een formuliertje invullen. Nou ja, mijn naam bleek voldoende. Vervolgens van het kastje naar de muur gestuurd, en geen arts die wilde helpen. Ik moest de volgende ochtend maar terug komen, men wilde slapen. Op dat moment vervloekte ik heel India. Toen gingen we naar het staatsziekenhuis. Of wat er dan voor door mag gaan.

Wat een onhygienische pleurisbende was het daarbinnen. Overal bloedvlekken, gebruikt verband en stukken gaas lag overal. De operatiekamer lag bezaaid met allerlei resten, zag ik zo even snel om een hoekje kijkend. Er vloog van alles rond en de arts deed alles zonder op te ruimen. Alles wat hij gebruikt had slingerde hij op de grond of liet hij op bed.

Nou goed. In ieder geval kreeg ik een inenting, ARV, zowel links als rechts in mijn heup en werd de wond schoongemaakt. Ook kreeg ik pijnstillers en antibiotica mee. Dat moest ik drie keer per dag slikken en dinsdag moest ik dan terugkomen. Uiteindelijk lag ik dan goed en wel om half vier op bed.

UItzicht over het mooie Jaisalmer.

UItzicht over het mooie Jaisalmer.

De volgende ochtend was ik om acht uur al klaar wakker. Ik had wel trek en dus besloot ik maar te gaan ontbijten. Boven op het dakterras trof ik een bekende aan, Alex. Dus ja, of ik een goede treinreis had gehad, en ik het hele verhaal gedaan. Na het ontbijt ben ik maar even een rondje door de stad gaan doen en het fort bezocht. Maar de schrik zat er goed ik.

Kameelsafari

De hoofdreden voor mijn bezoek aan het midden in het niets gelegen Jaisalmer was het doen van een kameelsafari. In de loop van de zaterdag had ik een kameelsafari geboekt voor drie dagen. Twee nachten slapen naast kamelen onder de sterrenhemel is ook geen alledaagse bezigheid. Niet via het hostel zelf, ik moest wachten op meer mensen. Maar ik had geen tijd, omdat ik dinsdag terug moest naar het ziekenhuis.

En zo besteeg ik zondagochtend tien uur mijn kameel, genaamd Papaya. Mijn gids deze drie dagen, Ali Khan, wees me een slorgidge veertig kilometer de weg onder een strakblauwe lucht en de zon recht boven ons. Van de wond had ik geen last. De hond beet gelukkig aan de buitenkant van mijn been, zodat het niet schuurde tegen mijn trouwe viervoeter.

Papaya neemt een drinkpauze.

Papaya neemt een drinkpauze.

We huppelden voort tot rond een uur of en drie en sloegen ons kamp op. We sprokkelden hout en maakten een vuurtje. Uiteraard mocht een mok warme Chai niet ontbreken. Twee uur later was het tijd voor het avondeten. Allerlei groenten verdwenen in de pan, tot bloemkool aan toe. Met Chapati en een flinke berg rijst was het weer smullen geblazen.

Lunch.

Lunch.

De 25-jarige Khan kan lekker koken, al was het soms wel erg pittig. Al de tweede middag hadden onze drie kamelen al hun voer achter de kaken gewerkt. Zo kon Khan richting het nabijgelegen dorp om nog eens 22 kilo voer. Eenmaal terug konden de woestijnreuzen weer op de knieen en was het weer kauwen geblazen.

Een waanzinnig idee

Al op de eerste dag rondhobbelend op Papaya kreeg ik eens een achterlijk idee. Een idee gedeeld door nog meer toeristen hier. En van horen zeggen weet ik dat een Koreaan het idee ook echt in praktijk heeft gebracht. Hoe waanzinnig zou het zijn mijn eigen kameel te kopen en naar Nederland te sturen. Of Pa dan tijdens mijn afwezigheid even wil tekenen voor ontvangst, hoe hilarisch zou dat zijn. Om dan vervolgens bij thuiskomst per kameel een rondje dorp en voetbal te doen: “Hallo, daar ben ik weer!”

Slapen onder de sterren.

Slapen onder de sterren.

Een kameel koop je hier voor 20.000 Rupees. Niet heel prijzig. Het is een slordige 270 Euro. Ik kan het bedrag hier zo uit de muur trekken. Khan moet er zijn hele leven voor werken, met een maandsalaris van 1500 Rupees (20 Euro).

Papaya en ik.

Papaya en ik.

Hij is inmiddels ook bezig met zijn eigen safaribedrijf op te zetten. Hij krijgt zijn geld van de kamelenboer, maar van de organisatie waar ik deze safari geboekt heb, ontvangt hij niks. Alleen eten en drinken. Voor al zijn verdere moeite en inspanningen is hij aangewezen op de fooien van toeristen.

Papaya huppelde mij door de Thar-woestijn.

Papaya huppelde mij door de Thar-woestijn.

Maar of hij echt zo arm is als dat hij zegt valt te bezien. Meestal boeren deze mensen juist goed, maar zie je dat niet. Met al die fooien loopt het maandelijkse bedrag denk ik nog behoorlijk op. En wat zeker opvalt, Indiers willen zoveel mogelijk geld van je. Khan begon nadat hij me op de plek van ophalen had afgezet ook gelijk om geld te zeuren. Wat dat betreft is er een groot verschil met Zuid-Oost Azie. India is een stuk harder en zakelijker. Onderhandelen is ook niet leuk. Ik hoor het inmiddels overal.

Het diner in de woestijn.

Het diner in de woestijn.

Het kamelenidee bestaat ook voor de tuktuk maar die is een stuk duurder. Verder heb ik op safari ook wat mooie plaatjes geschoten van de ondergaande zon, met onze kamelen op de voorgrond.

Angst

De wond is inmiddels al dagen mooi dicht en hersteld goed. De injecties en antibiotica doen goed hun werk. Maar ik ben inmiddels echt doodsbang voor iedere hond, om over blaffende maar niet te spreken. Ook in de woestijn waren er honden rondom het eerste kamp. Hoe vredig ze ook waren, en gewend aan toeristen die voedsel achterlaten,, ik kon de slaap maar moeilijk vatten. De tweede ovenachting was op zo’n vijfhonderd meter van een dorpje. Vanaf het moment dat de zon onder ging, hoorde ik alleen maar luid geblaf. Ook die nacht weinig geslapen, bang als ik was dat het geblaf dichterbij zou komen.

Ali Khan met onze drie kamelen.

Ali Khan met onze drie kamelen.

Soms werd ik wakker van luid geritsel en veerde ik op. Bleek het een van onze etende woestijnstappers te zijn die weer een onschuldige struik had aangevallen. Dus ja, die beet, of eigenlijk die aanval, heeft er flink ingehakt. Ik vertrouw echt geen hond meer. Ook vanmorgen nog niet, slenterend door het prachtige Jaisalmer, tussen al die waanzinnig mooie en fraai gebouwde goudgele gebouwen door. Het verhaal is tijdens mijn safari als een lopende vuurtje gegaan. Bij terugkomst begonnen zelfs wildvreemden erover in het hostel toen ze vernamen dat ik uit Nederland kom.

Van dag tot dag

Dinsdag heb ik dan mijn vijfde injectie gehad. In Nederland had ik gelukkig al drie inentingen gehad, dus nu vijf in totaal. En dat is voldoende. Maar mijn angst voor honden is zo groot, dat ik al wel nadenk over de lengte van de reis. Ik bekijk het nu maar van dag tot dag. Morgen, donderdag, pak ik de trein naar Jodhpur gevolgd door Ajmer en Udaipur. Ik heb hier in Jaisalmer weer veel leuke mensen ontmoet. Het is een fraai stadje. Het was een mooie tijd, met toch wel een klein zwart randje.

Toen de zon net onder was.

Toen de zon net onder was.

Het diner in de woestijn.

Het diner in de woestijn.

Advertenties
Categorieën:India, India 2015, Jaisalmer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: