Kerala: Een diepe buiging en een heel groot dankjewel!


Vorige week vrijdag ben ik verder in zuidelijke richting gereisd. Het ging per trein naar de hoofdstad van Kerala, Tiruvananthapuram. Ik verbleef echter niet in het voormalige Trivandrum, maar in een resort boven op een berg. Hier was het een relaxed einde van een mooie tijd in Kerala. Want morgen, donderdag, duik ik alweer de volgende staat in.

Het begon op vrijdag de tweeentwintigste. Halverwege de ochtend vertrok mijn trein voor een ruim vier uur durende tocht richting Trivandrum. Het was druk in de trein, eens te meer omdat ik midden in een schoolklas zat. De mobieltjes warden tevoorschijn gehaald en mijn persoontje werd vriendelijk verzocht te lachen naar alle vogeltjes. Direct naast mij zat een ventje het populaire fifa te spleen. Uiteraard vond hij die kleine Argentijn, Messi, de allerbeste. Het zweet gutste van ieders voorhoofd. Een handdoek had ik bij me en was geen overbodige luxe.

Per taxi ging het al snel de Bergen in. Maar niet voordat ik de pinautomaat had leeggehaald. Biljetten van duizend rupee waren er niet meer. Een hele staple biljetten van (vijf)honderd was wat ik kreeg. Het resort is gelegen op een sublime plekje, met fraai uitzicht op de Neyardam. Ver van het drukke India vandaan heerst er serene rust en is het uitzicht fabelachtig. De rest van de middag heb ik slechts voor mijn hut een boek gelezen.

De volgende dag (zaterdag) ben ik op safari geweest. Al moet die safari ook niet al te serieus genomen worden. Wel als safari aangeduidt, maar eigenlijk leek het nergens op. Per boot ging het eerst naar een eiland waar vijf leeuwen verblijven. Het deed nogal Jurassic Park-achtig aan, want de bus reed eerst een tunnel in met aan weerskanten een hek. Welgeteld een slapende leeuw heb ik gezien. Tien minute later waren we alweer terug bij de boot die vervolgens voer naar een krokodillenverblijf. De vijf exemplaren daar lagen ook te slapen.

Ik vroeg me af hoe de leeuwen op dat eiland terecht gekomen zijn en hoe vijf van zulke prachtdieren zichzelf te eten geven. Het zijn immers jager. Het antwoord kwam al snel. Bij de krokodillen warden ook herten gehouden. Maakt u zelf de optelsom. En de leeuwen zijn heus niet naar dat eiland gezwommen. Ze zijn er vast gedropt, net als de krokodillen, puur uit geldklopperij. Naar het olifantenkamp ben ik niet geweest. Het zou een opvangcentrum zijn, maar daar horen volgens mij geen vastgeketende viervoeters thuis.

Die middag maakte ik kennis met de uit Engeland afkomstige Mike en Jane. Van hen had ik vernomen van het hele olifanten gebeuren. Bij terugkomst vroegen ze hoe de trip was. Die was prima, maar eigenlijk was het feit dat ik als enige Westerling dertig Indiers om me heen had veel interessanter dan dat waarvoor ik op pad was. Het vriendelijke stel nodigde me uit mee te gaan naar de kilometres verder gelegen Ashram. Dat leek me wel wat, want die wereld van yoga is voor mij onbekend.

De Ashram is eigenlijk een soort instituut waarbinnen een strak regime heerst. Uiteenlopende nationaliteiten van alle leeftijden leren daar voor yogaleraar of gaan er op welke manier dan ook op zoek naar zichzelf. Via luidsprekers en informatieborden wordt vooral gezegd wat je allemaal moet doen. Het eten gaat op dezelfde manier als bij de tempel in Amritsar, vorig jaar. Je volgt de rij en sluit aan, zittend, op de grond. Het had wat weg van een thali. Echt lekker was het niet, en warm was het ook al niet meer. We stelden ons voor hoe het moest zijn om dit voedsel dag in dag uit voorgeschoteld te krijgen.

Het nuttigen van alcohol is er verboden, en ook roken is er niet toegestaan. Om half elf in de avond gaat het licht uit. Zeven uur later wordt iedereen via de intercom gewekt om te gaan bidden. Een nieuwe dag vol yoga breekt aan. We waren eigenlijk gekomen om een sessie bij te wonen. Maar na het eten en de afwas moisten we nog meer dan een uur wachten. We hadden al snel zoiets dat de wereld binnen de Ashram, waar mensen kunnen blijven zolang ze willen, niet voor ons was weggelegd.

We waren blij dat we weer buiten stonden. Mike en Jane wisten de enige plaats in de wijde omtrek waar je bier kon drinken. Na twee grote sterke IJsvogels vingen we aan met de zeker zes kilometer lange wandeltocht naar het resort. Het was al tien uur geweest. Ons pad werd slechts verlicht door een hier en daar verdwaalde lantaarnpaal. De volle maan, hoog aan de hemel, nam het grootste deel voor haar rekening. Onderweg zagen we vleermuizen rondfladderen. En slapen, ondersteboven hangend aan kabels.

Ons pad werd gekruisd door een luid blaffende hond. Het bewaken van het terrain van het baasje bleek een ernstige zaak. Laat ik het zo zeggen, die beet vorig jaar heft nog steeds haar sporen nagelaten. Ik was blij dat ik niet alleen was. Met ons drieen maakten we een front en liepen we stevig door. We waren opgelucht toen het geblaf achter ons verstomde, en ik voorop. Nee, een dergelijke tocht ga ik in het donker zeker niet alleen doen.

Zondag was het rustdag. Dat zijn eigenlijk alle dagen wel hier in het resort. Maar toch. Na het ontbijt ben ik verder omhoog geklommen en vond op de top een heel klein tempeltje. Ook heb ik een balletje getrapt met een vierjarig ventje wonend in het eerste huis aan de linkerkant. Het talent was bezig met zijn vader, was niet bang, en betrok mij in het spel. Na de lunch heb ik mij op het boek gestort en af en toe eens lekker de ogen gesloten. ‘S avonds heb ik kennis gemaakt met Jerome en Delphine, woonachtig in Parijs.

Dit is eigenlijk een ayurvedisch verblijf, waar mensen kunnen werken aan lichamelijk herstel, tot allergien aan toe. Deze geneeskunst, waarbij men uitgaat dat een ziek lichaam uit balans is en men werkt aan dit evenwicht, bestaat in India al meer dan vijfduizend jaar. De meeste gasten, verdeeld over slechts zeven hutjes, zijn hier dan ook om die redden. Maar je kunt hier uiteraard ook zonder die redden terecht.

De volgende ochtend ben ik na het ontbijt begonnen aan een wandeltocht van een kilometer of veertien. Onderweg is de ene Indier nog vriendelijker dan de andere. Soms zijn ze met een begroeting of een praatje net wat te snel af. Zo slenterde ik heel wat af en ging ik langs rubber- en bananenbomen. Vaak genoeg is het even stoppen geblazen. Water drinken is de sleutel tot een aangename voortzetting.

Op qua kilometers halverwege de tocht, na vijfenveertig minute, voel ik me alsof ik een voetbalwedstrijd gespeeld heb. Vooral eind april, begin mei. Ik ben doorweekt van de twee flessen water die ik onderweg soldaat maakte. De andere helft qua kilometers nam maar liefst anderhalf uur in beslag. Het ging eigenlijk alleen maar heuvel op. Begin van de middag kwam ik weer bij het resort. Alsof ik van onder de douche stapte. Moe, zere kuiten en uitgeblust. Maar wel voldaan, na een paar fraaie kiekjes geschoten te hebben.

Dinsdag ben ik de berg weer opgeklommen. In gezelschap van Jerome en Delphine was ik precies op tijd boven voor de opkomende zon. Het Franse stel, van mijn leeftijd, stond iedere ochtend om kwart over zes op. Ik vond deze ene keer wel genoeg. Delphine vierde haar verjaardag, fluisterde de eigenaar ons toe toen we richting de eetruimte liepen voor ontbijt. Compleet verrast werd ze door iedereen gefeliciteerd. Het deed haar zichtbaar goed. En ’s avonds was er tart en werd er voor haar gezongen.

In de loop van de ochtend arriveerde er een Indiase vriendengroep. Tijdens de lunch vroeg een van hen of ik wilde schaken. Ook in de vijfde interland met Team Wereld greep Nederland naar de winst en kwam het met vier tegen een voor. Sooraj Sooman wist namens India lang bij te blijven, maar Oranje voerde de druk zo stevig op dat India geen kant meer op kon.

Vandaag heb ik nog wat rondgewandeld en mijn backpack weer herpakt. Dat moet ik wel vaker doen op reis. Ik maak er altijd een ontiegelijk bende van. En net als thuis slingert alles overal rond. En ik hoopte hier alles even te kunnen wasssen, maar die vlieger ging niet op. In die zin, de wasmachine was naar zijn mallemoer. Dus heb ik het zelf maar gedaan. Dat kan altijd wel, maar ik ben ook wel wat lui aangelegd.

Zo kwam er een rustig einde van mijn verblijf in Kerala, waar ik na een week in Goa zo’n twee en een halve week heb rondgekeken. Het begon met Kiran’s verjaardag, gevolgd door een vijfhonderd kilometer lange roadtrip. Het was prachting, de theeplantages rondom Munnar. Ook de Binnenwateren nabij Alleppey waren waanzinnig. Hoogtepunt in Kerala was de bruiloft. Wat een blijdschap en dankbaarheid heb ik daar geproefd. En uiteraard de gastvrijheid van Kiran en Bixon, super. Een diepe buiging. En een heel groot, welgemeend, dankjewel. Dat is wat ik aan Kerala verschuldigd ben.

Makkelijk zou ik er dan ook langer kunnen blijven. Lang niet alles heb ik er bekeken. De reis gaat echter verder. Morgen (donderdag) stap ik in Trivandrum weer in de trein. Een trein die mij na Maharastra (Mumbai, de start), Goa en Kerala brengt naar alweer de vierde staat van deze trip. In het uiterste zuid-oostenlijke deel van India ligt Tamil Nadu. Hier is Kanyakumari, aan de Kaap, mijn startplaats. In twee weken tijd zal ik deze staat in haar geheel doorkruisen, richting het in in het noorden van de staat gelegen Chennai.

Wegens de gebrekkige internetverbinding en de enorme hoeveelheid tijd welke een te plaatsen foto vergt laat ik het hierbij.

Met Mike en Jane

Met Mike en Jane

Tijdens de safari

Tijdens de safari

Advertenties
Categorieën:Azië, India, India 2016, Kerala

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: